In de dienst van zondag 19 juli 2026 gebruikte ds. Erica het gedicht ‘De kleine hoop’ van Charles Péguy. Omdat het wellicht fijn is het nog eens na te lezen, volgt hieronder de complete tekst.
De kleine hoop
Het geloof waar ik het meest van hou, zegt God, is de hoop.
Geloof, dat verwondert me niet.
Ik ben overal zo zichtbaar aanwezig,
in de zon en de maan en de sterren aan de hemel
en in ’t gewemel van de vissen in rivieren,
en in alle dieren,
en in het hart van de mens, zegt God,
dat het diepste is
en het meest in het kind dat het liefste is dat ik ooit heb geschapen.
In alles wat boven en onder is ben ik zo luisterrijk aanwezig,
dat geloven, zegt God, in mijn ogen geen wonder is.
Ook liefde verwondert me niet, zegt God.
Er is onder de mensen zoveel verdriet, soms niet te stelpen,
dat je toch vanzelf ziet hoe ze elkaar moeten helpen.
Ze zouden wel harten van steen moeten hebben
als ze voor een die tekort heeft
het brood niet uit hun mond zouden sparen.
Nee, liefde, zegt God, dat verwondert me niet.
Maar wat me verwondert, zegt God, is de hoop.
Daar ben ik van ondersteboven.
De mensen zien toch hoe het er in de wereld vandaag toegaat
en toch geloven ze dat het morgen allemaal beter zal gaan.
Wat een wonder is er niet voor nodig
dat zij dat kleine hoopje hoop nooit als overbodig ervaren
maar met voorzichtige gebaren in hun hand en in hun hart bewaren,
een vlammetje dat keer op keer weer wankelt
en dreigt neer te slaan maar altijd weer weet op te staan,
en nooit wil doven.
Soms kan ik mijn eigen ogen niet geloven.
Geloof en liefde zijn als vrouwen.
Hoop is een heel klein meisje van niks.
Zij stapt op tussen de twee vrouwen en iedereen denkt:
die vrouwen houden haar bij de hand, die wijzen de weg.
Maar daarvan heb ik meer verstand, zegt God,
ik zeg: het is dat kleine meisje hoop
dat al wat tussen mensen leeft
en al hun heen en weer geloop licht en richting geeft.
Want het is dat kleine meisje hoop –
je ziet het zwak zijn, bang zijn, beven,
je denkt soms dat het zo onooglijk is –
het is dat kleine meisje hoop
dat de mensen zien laat,
zien soms even, wat in het leven mogelijk is.
Het geloof, zegt God, waar ik het meest van hou,
de liefde waar ik het meest van hou, is de hoop.
Geloof, dat verwondert me niet.
Liefde, dat is geen wonder.
Maar de hoop, dat is bijna niet te geloven.
Ikzelf zegt God, ik ben ervan ondersteboven.
(Charles Péguy, Le Porche du mystère de la deuxième vertu [De poort naar het geheim van de tweede deugd], 1912)
Klik hier voor een PDF met de tekst van dit gedicht, om zelf uit te printen.



